HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← corresponderen — definition

Conjugation of corresponderen

Regular CEFR C2
kɔrɛspɔnˈdeːrə(n)

het houden van een briefwisseling Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik correspondeer
jij / je correspondeert
hij / zij / het correspondeert
wij / we corresponderen
jullie corresponderen
zij / ze corresponderen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik correspondeerde
jij / je correspondeerde
hij / zij / het correspondeerde
wij / we correspondeerden
jullie correspondeerden
zij / ze correspondeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik correspondere
jij / je correspondere
hij / zij / het correspondere
wij / we corresponderen
jullie corresponderen
zij / ze corresponderen
Aanvoegende wijs — verleden
ik correspondeerde
jij / je correspondeerde
hij / zij / het correspondeerde
wij / we correspondeerden
jullie correspondeerden
zij / ze correspondeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij correspondeer
jullie (archaïsch) correspondeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
corresponderen
Tegenwoordig deelwoord
corresponderend
Voltooid deelwoord
gecorrespondeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary