HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← confronteeren — definition

Conjugation of confronteeren

Regular CEFR C1

obsolete spelling of confronteren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik confronteer
jij / je confronteert
hij / zij / het confronteert
wij / we confronteeren
jullie confronteeren
zij / ze confronteeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik confronteerde
jij / je confronteerde
hij / zij / het confronteerde
wij / we confronteerden
jullie confronteerden
zij / ze confronteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik confronteere
jij / je confronteere
hij / zij / het confronteere
wij / we confronteeren
jullie confronteeren
zij / ze confronteeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik confronteerde
jij / je confronteerde
hij / zij / het confronteerde
wij / we confronteerden
jullie confronteerden
zij / ze confronteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij confronteer
jullie (archaïsch) confronteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
confronteeren
Tegenwoordig deelwoord
confronteerend
Voltooid deelwoord
geconfronteerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary