HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bottelen — definition

Conjugation of bottelen

Regular CEFR B2
ˈbɔtələ(n)

een vloeistof in flessen stoppen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bottel
jij / je bottelt
hij / zij / het bottelt
wij / we bottelen
jullie bottelen
zij / ze bottelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bottelde
jij / je bottelde
hij / zij / het bottelde
wij / we bottelden
jullie bottelden
zij / ze bottelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bottele
jij / je bottele
hij / zij / het bottele
wij / we bottelen
jullie bottelen
zij / ze bottelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bottelde
jij / je bottelde
hij / zij / het bottelde
wij / we bottelden
jullie bottelden
zij / ze bottelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bottel
jullie (archaïsch) bottelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bottelen
Tegenwoordig deelwoord
bottelend
Voltooid deelwoord
gebotteld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary