HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← botten — definición

Conjugation of botten

Regular CEFR B1
/ˈbɔtə(n)/

meervoud verleden tijd van botten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bot
jij / je bot
hij / zij / het bot
wij / we botten
jullie botten
zij / ze botten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik botte
jij / je botte
hij / zij / het botte
wij / we botten
jullie botten
zij / ze botten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik botte
jij / je botte
hij / zij / het botte
wij / we botten
jullie botten
zij / ze botten
Aanvoegende wijs — verleden
ik botte
jij / je botte
hij / zij / het botte
wij / we botten
jullie botten
zij / ze botten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bot
jullie (archaïsch) bot

Onbepaalde vormen

Infinitief
botten
Tegenwoordig deelwoord
bottend
Voltooid deelwoord
gebot

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary