HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← boeleren — definition

Conjugation of boeleren

Regular CEFR B2
ˌbuˈleː.rə(n)

seksueel onethisch gedrag vertonen; in overspel leven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik boeleer
jij / je boeleert
hij / zij / het boeleert
wij / we boeleren
jullie boeleren
zij / ze boeleren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik boeleerde
jij / je boeleerde
hij / zij / het boeleerde
wij / we boeleerden
jullie boeleerden
zij / ze boeleerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik boelere
jij / je boelere
hij / zij / het boelere
wij / we boeleren
jullie boeleren
zij / ze boeleren
Aanvoegende wijs — verleden
ik boeleerde
jij / je boeleerde
hij / zij / het boeleerde
wij / we boeleerden
jullie boeleerden
zij / ze boeleerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij boeleer
jullie (archaïsch) boeleert

Onbepaalde vormen

Infinitief
boeleren
Tegenwoordig deelwoord
boelerend
Voltooid deelwoord
geboeleerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary