HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← boelen — definition

Conjugation of boelen

Regular CEFR B1
ˈbu.lə(n)

homoseksuele (anale) seks bedrijven, homoseksuele handelingen plegen (door een man). Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik boel
jij / je boelt
hij / zij / het boelt
wij / we boelen
jullie boelen
zij / ze boelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik boelde
jij / je boelde
hij / zij / het boelde
wij / we boelden
jullie boelden
zij / ze boelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik boele
jij / je boele
hij / zij / het boele
wij / we boelen
jullie boelen
zij / ze boelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik boelde
jij / je boelde
hij / zij / het boelde
wij / we boelden
jullie boelden
zij / ze boelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij boel
jullie (archaïsch) boelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
boelen
Tegenwoordig deelwoord
boelend
Voltooid deelwoord
geboeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary