HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bloeien — definición

Conjugation of bloeien

Regular CEFR C2
/ˈblui̯ə(n)/

het dragen van open, actieve bloeiwijzen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bloei
jij / je bloeit
hij / zij / het bloeit
wij / we bloeien
jullie bloeien
zij / ze bloeien
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bloeide
jij / je bloeide
hij / zij / het bloeide
wij / we bloeiden
jullie bloeiden
zij / ze bloeiden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bloeie
jij / je bloeie
hij / zij / het bloeie
wij / we bloeien
jullie bloeien
zij / ze bloeien
Aanvoegende wijs — verleden
ik bloeide
jij / je bloeide
hij / zij / het bloeide
wij / we bloeiden
jullie bloeiden
zij / ze bloeiden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bloei
jullie (archaïsch) bloeit

Onbepaalde vormen

Infinitief
bloeien
Tegenwoordig deelwoord
bloeiend
Voltooid deelwoord
gebloeid

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary