HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bleiten — definición

Conjugation of bleiten

Regular CEFR B1
/ˈblɛi̯.tə(n)/

janken, jammeren, wenen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bleit
jij / je bleit
hij / zij / het bleit
wij / we bleiten
jullie bleiten
zij / ze bleiten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bleitte
jij / je bleitte
hij / zij / het bleitte
wij / we bleitten
jullie bleitten
zij / ze bleitten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bleite
jij / je bleite
hij / zij / het bleite
wij / we bleiten
jullie bleiten
zij / ze bleiten
Aanvoegende wijs — verleden
ik bleitte
jij / je bleitte
hij / zij / het bleitte
wij / we bleitten
jullie bleitten
zij / ze bleitten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bleit
jullie (archaïsch) bleit

Onbepaalde vormen

Infinitief
bleiten
Tegenwoordig deelwoord
bleitend
Voltooid deelwoord
gebleit

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary