HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← blaken — definition

Conjugation of blaken

Regular CEFR B1
ˈblaːkə(n)

- hitte uitstralen, schijnen, branden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik blaak
jij / je blaakt
hij / zij / het blaakt
wij / we blaken
jullie blaken
zij / ze blaken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik blaakte
jij / je blaakte
hij / zij / het blaakte
wij / we blaakten
jullie blaakten
zij / ze blaakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik blake
jij / je blake
hij / zij / het blake
wij / we blaken
jullie blaken
zij / ze blaken
Aanvoegende wijs — verleden
ik blaakte
jij / je blaakte
hij / zij / het blaakte
wij / we blaakten
jullie blaakten
zij / ze blaakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij blaak
jullie (archaïsch) blaakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
blaken
Tegenwoordig deelwoord
blakend
Voltooid deelwoord
geblaakt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary