HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← blakeren — definition

Conjugation of blakeren

Regular CEFR B2
ˈblaːkərə(n)

het hout van een scheepswand blootstellen aan vuur om het te bevrijden van wormvraat Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik blaker
jij / je blakert
hij / zij / het blakert
wij / we blakeren
jullie blakeren
zij / ze blakeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik blakerde
jij / je blakerde
hij / zij / het blakerde
wij / we blakerden
jullie blakerden
zij / ze blakerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik blakere
jij / je blakere
hij / zij / het blakere
wij / we blakeren
jullie blakeren
zij / ze blakeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik blakerde
jij / je blakerde
hij / zij / het blakerde
wij / we blakerden
jullie blakerden
zij / ze blakerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij blaker
jullie (archaïsch) blakert

Onbepaalde vormen

Infinitief
blakeren
Tegenwoordig deelwoord
blakerend
Voltooid deelwoord
geblakerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary