HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bezoedelen — definición

Conjugation of bezoedelen

Regular CEFR C2
/bəˈzu.də.lə(n)/

te schande maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bezoedel
jij / je bezoedelt
hij / zij / het bezoedelt
wij / we bezoedelen
jullie bezoedelen
zij / ze bezoedelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bezoedelde
jij / je bezoedelde
hij / zij / het bezoedelde
wij / we bezoedelden
jullie bezoedelden
zij / ze bezoedelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bezoedele
jij / je bezoedele
hij / zij / het bezoedele
wij / we bezoedelen
jullie bezoedelen
zij / ze bezoedelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bezoedelde
jij / je bezoedelde
hij / zij / het bezoedelde
wij / we bezoedelden
jullie bezoedelden
zij / ze bezoedelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bezoedel
jullie (archaïsch) bezoedelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bezoedelen
Tegenwoordig deelwoord
bezoedelend
Voltooid deelwoord
bezoedeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary