HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bezinnen — definition

Conjugation of bezinnen

Regular CEFR B2
bəˈzɪ.nə(n)

zich ~ op, over opnieuw ergens over nadenken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bezin
jij / je bezint
hij / zij / het bezint
wij / we bezinnen
jullie bezinnen
zij / ze bezinnen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bezon
jij / je bezon
hij / zij / het bezon
wij / we bezonnen
jullie bezonnen
zij / ze bezonnen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bezinne
jij / je bezinne
hij / zij / het bezinne
wij / we bezinnen
jullie bezinnen
zij / ze bezinnen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bezonne
jij / je bezonne
hij / zij / het bezonne
wij / we bezonnen
jullie bezonnen
zij / ze bezonnen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bezin
jullie (archaïsch) bezint

Onbepaalde vormen

Infinitief
bezinnen
Tegenwoordig deelwoord
bezinnend
Voltooid deelwoord
bezonnen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary