HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bezitten — definition

Conjugation of bezitten

Regular CEFR B2
bəˈzɪtə(n)

vnl. lijdende vorm + van geestelijk geobsedeerd worden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bezit
jij / je bezit
hij / zij / het bezit
wij / we bezitten
jullie bezitten
zij / ze bezitten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bezat
jij / je bezat
hij / zij / het bezat
wij / we bezaten
jullie bezaten
zij / ze bezaten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bezitte
jij / je bezitte
hij / zij / het bezitte
wij / we bezitten
jullie bezitten
zij / ze bezitten
Aanvoegende wijs — verleden
ik bezate
jij / je bezate
hij / zij / het bezate
wij / we bezaten
jullie bezaten
zij / ze bezaten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bezit
jullie (archaïsch) bezit

Onbepaalde vormen

Infinitief
bezitten
Tegenwoordig deelwoord
bezittend
Voltooid deelwoord
bezeten

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary