HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bezielen — definición

Conjugation of bezielen

Regular CEFR B2
/bəˈzilə(n)/

tot leven wekken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beziel
jij / je bezielt
hij / zij / het bezielt
wij / we bezielen
jullie bezielen
zij / ze bezielen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bezielde
jij / je bezielde
hij / zij / het bezielde
wij / we bezielden
jullie bezielden
zij / ze bezielden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beziele
jij / je beziele
hij / zij / het beziele
wij / we bezielen
jullie bezielen
zij / ze bezielen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bezielde
jij / je bezielde
hij / zij / het bezielde
wij / we bezielden
jullie bezielden
zij / ze bezielden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beziel
jullie (archaïsch) bezielt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bezielen
Tegenwoordig deelwoord
bezielend
Voltooid deelwoord
bezield

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary