HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bezien — definition

Conjugation of bezien

Regular CEFR C2
bəˈzin

# voltooid deelwoord van bezien Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bezie
jij / je beziet
hij / zij / het beziet
wij / we bezien
jullie bezien
zij / ze bezien
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bezag
jij / je bezag
hij / zij / het bezag
wij / we bezagen
jullie bezagen
zij / ze bezagen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bezie
jij / je bezie
hij / zij / het bezie
wij / we bezien
jullie bezien
zij / ze bezien
Aanvoegende wijs — verleden
ik bezage
jij / je bezage
hij / zij / het bezage
wij / we bezagen
jullie bezagen
zij / ze bezagen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bezie
jullie (archaïsch) beziet

Onbepaalde vormen

Infinitief
bezien
Tegenwoordig deelwoord
beziend
Voltooid deelwoord
bezien

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary