HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bezetten — definition

Conjugation of bezetten

Regular CEFR C2
bəˈzɛtə(n)

de macht in een gebied overnemen door er een dominerende strijdmacht te vestigen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bezet
jij / je bezet
hij / zij / het bezet
wij / we bezetten
jullie bezetten
zij / ze bezetten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bezette
jij / je bezette
hij / zij / het bezette
wij / we bezetten
jullie bezetten
zij / ze bezetten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bezette
jij / je bezette
hij / zij / het bezette
wij / we bezetten
jullie bezetten
zij / ze bezetten
Aanvoegende wijs — verleden
ik bezette
jij / je bezette
hij / zij / het bezette
wij / we bezetten
jullie bezetten
zij / ze bezetten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bezet
jullie (archaïsch) bezet

Onbepaalde vormen

Infinitief
bezetten
Tegenwoordig deelwoord
bezettend
Voltooid deelwoord
bezet

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary