HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bezeveren — definition

Conjugation of bezeveren

Regular CEFR B2
bəˈzeː.və.rə(n)

zeuren, zaniken, klagen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bezever
jij / je bezevert
hij / zij / het bezevert
wij / we bezeveren
jullie bezeveren
zij / ze bezeveren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bezeverde
jij / je bezeverde
hij / zij / het bezeverde
wij / we bezeverden
jullie bezeverden
zij / ze bezeverden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bezevere
jij / je bezevere
hij / zij / het bezevere
wij / we bezeveren
jullie bezeveren
zij / ze bezeveren
Aanvoegende wijs — verleden
ik bezeverde
jij / je bezeverde
hij / zij / het bezeverde
wij / we bezeverden
jullie bezeverden
zij / ze bezeverden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bezever
jullie (archaïsch) bezevert

Onbepaalde vormen

Infinitief
bezeveren
Tegenwoordig deelwoord
bezeverend
Voltooid deelwoord
bezeverd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary