Conjugation of beschrijden
/ˌbəˈsxrɛi̯.də(n)/to stride across (a specific terrain or location) Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | beschrijd |
| jij / je | beschrijdt |
| hij / zij / het | beschrijdt |
| wij / we | beschrijden |
| jullie | beschrijden |
| zij / ze | beschrijden |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | beschreed |
| jij / je | beschreed |
| hij / zij / het | beschreed |
| wij / we | beschreden |
| jullie | beschreden |
| zij / ze | beschreden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | beschrijde |
| jij / je | beschrijde |
| hij / zij / het | beschrijde |
| wij / we | beschrijden |
| jullie | beschrijden |
| zij / ze | beschrijden |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | beschrede |
| jij / je | beschrede |
| hij / zij / het | beschrede |
| wij / we | beschreden |
| jullie | beschreden |
| zij / ze | beschreden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | beschrijd |
| jullie (archaïsch) | beschrijdt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | beschrijden |
Tegenwoordig deelwoord
| — | beschrijdend |
Voltooid deelwoord
| — | beschreden |