HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beschrikken — definition

Conjugation of beschrikken

Regular CEFR C1
bəˈsxrɪ.kə(n)

to frighten, startle Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beschrik
jij / je beschrikt
hij / zij / het beschrikt
wij / we beschrikken
jullie beschrikken
zij / ze beschrikken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beschrikte
jij / je beschrikte
hij / zij / het beschrikte
wij / we beschrikten
jullie beschrikten
zij / ze beschrikten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beschrikke
jij / je beschrikke
hij / zij / het beschrikke
wij / we beschrikken
jullie beschrikken
zij / ze beschrikken
Aanvoegende wijs — verleden
ik beschrikte
jij / je beschrikte
hij / zij / het beschrikte
wij / we beschrikten
jullie beschrikten
zij / ze beschrikten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beschrik
jullie (archaïsch) beschrikt

Onbepaalde vormen

Infinitief
beschrikken
Tegenwoordig deelwoord
beschrikkend
Voltooid deelwoord
beschrikt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary