HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beschenken — definition

Conjugation of beschenken

Regular CEFR B2
bəˈsxɛŋ.kə(n)

iemand ~ met: aan iemand een schenking doen toekomen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beschenk
jij / je beschenkt
hij / zij / het beschenkt
wij / we beschenken
jullie beschenken
zij / ze beschenken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beschonk
jij / je beschonk
hij / zij / het beschonk
wij / we beschonken
jullie beschonken
zij / ze beschonken

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beschenke
jij / je beschenke
hij / zij / het beschenke
wij / we beschenken
jullie beschenken
zij / ze beschenken
Aanvoegende wijs — verleden
ik beschonke
jij / je beschonke
hij / zij / het beschonke
wij / we beschonken
jullie beschonken
zij / ze beschonken

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beschenk
jullie (archaïsch) beschenkt

Onbepaalde vormen

Infinitief
beschenken
Tegenwoordig deelwoord
beschenkend
Voltooid deelwoord
beschonken

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary