HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bescheren — definición

Conjugation of bescheren

Regular CEFR B2
/bəˈsxeː.rə(n)/

to determine, to allot Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bescheer
jij / je bescheert
hij / zij / het bescheert
wij / we bescheren
jullie bescheren
zij / ze bescheren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beschoor
jij / je beschoor
hij / zij / het beschoor
wij / we beschoren
jullie beschoren
zij / ze beschoren

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beschere
jij / je beschere
hij / zij / het beschere
wij / we bescheren
jullie bescheren
zij / ze bescheren
Aanvoegende wijs — verleden
ik beschore
jij / je beschore
hij / zij / het beschore
wij / we beschoren
jullie beschoren
zij / ze beschoren

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bescheer
jullie (archaïsch) bescheert

Onbepaalde vormen

Infinitief
bescheren
Tegenwoordig deelwoord
bescherend
Voltooid deelwoord
beschoren

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary