HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beschemeren — definition

Conjugation of beschemeren

Regular CEFR C1
bəˈsxeː.mə.rə(n)

to cast a faint shadow on Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beschemer
jij / je beschemert
hij / zij / het beschemert
wij / we beschemeren
jullie beschemeren
zij / ze beschemeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beschemerde
jij / je beschemerde
hij / zij / het beschemerde
wij / we beschemerden
jullie beschemerden
zij / ze beschemerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beschemere
jij / je beschemere
hij / zij / het beschemere
wij / we beschemeren
jullie beschemeren
zij / ze beschemeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik beschemerde
jij / je beschemerde
hij / zij / het beschemerde
wij / we beschemerden
jullie beschemerden
zij / ze beschemerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beschemer
jullie (archaïsch) beschemert

Onbepaalde vormen

Infinitief
beschemeren
Tegenwoordig deelwoord
beschemerend
Voltooid deelwoord
beschemerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary