Conjugation of beschaduwen
/bəˈsxaː.dyu̯ə(n)/voorzien van een schaduw; uit de zon houden Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | beschaduw |
| jij / je | beschaduwt |
| hij / zij / het | beschaduwt |
| wij / we | beschaduwen |
| jullie | beschaduwen |
| zij / ze | beschaduwen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | beschaduwde |
| jij / je | beschaduwde |
| hij / zij / het | beschaduwde |
| wij / we | beschaduwden |
| jullie | beschaduwden |
| zij / ze | beschaduwden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | beschaduwe |
| jij / je | beschaduwe |
| hij / zij / het | beschaduwe |
| wij / we | beschaduwen |
| jullie | beschaduwen |
| zij / ze | beschaduwen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | beschaduwde |
| jij / je | beschaduwde |
| hij / zij / het | beschaduwde |
| wij / we | beschaduwden |
| jullie | beschaduwden |
| zij / ze | beschaduwden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | beschaduw |
| jullie (archaïsch) | beschaduwt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | beschaduwen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | beschaduwend |
Voltooid deelwoord
| — | beschaduwd |