HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bescharen — definition

Conjugation of bescharen

Regular CEFR B2
bəˈsxaː.rə(n)

to steal, to secretly appropriate Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beschaar
jij / je beschaart
hij / zij / het beschaart
wij / we bescharen
jullie bescharen
zij / ze bescharen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beschaarde
jij / je beschaarde
hij / zij / het beschaarde
wij / we beschaarden
jullie beschaarden
zij / ze beschaarden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beschare
jij / je beschare
hij / zij / het beschare
wij / we bescharen
jullie bescharen
zij / ze bescharen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beschaarde
jij / je beschaarde
hij / zij / het beschaarde
wij / we beschaarden
jullie beschaarden
zij / ze beschaarden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beschaar
jullie (archaïsch) beschaart

Onbepaalde vormen

Infinitief
bescharen
Tegenwoordig deelwoord
bescharend
Voltooid deelwoord
beschaard

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary