HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beplakken — definition

Conjugation of beplakken

Regular CEFR B2
bəˈplɑkə(n)

plakken op Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beplak
jij / je beplakt
hij / zij / het beplakt
wij / we beplakken
jullie beplakken
zij / ze beplakken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beplakte
jij / je beplakte
hij / zij / het beplakte
wij / we beplakten
jullie beplakten
zij / ze beplakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beplakke
jij / je beplakke
hij / zij / het beplakke
wij / we beplakken
jullie beplakken
zij / ze beplakken
Aanvoegende wijs — verleden
ik beplakte
jij / je beplakte
hij / zij / het beplakte
wij / we beplakten
jullie beplakten
zij / ze beplakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beplak
jullie (archaïsch) beplakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
beplakken
Tegenwoordig deelwoord
beplakkend
Voltooid deelwoord
beplakt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary