HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beplanten — definición

Conjugation of beplanten

Regular CEFR B2
/bəˈplɑn.tə(n)/

bezetten met de geschikte planten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beplant
jij / je beplant
hij / zij / het beplant
wij / we beplanten
jullie beplanten
zij / ze beplanten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beplantte
jij / je beplantte
hij / zij / het beplantte
wij / we beplantten
jullie beplantten
zij / ze beplantten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beplante
jij / je beplante
hij / zij / het beplante
wij / we beplanten
jullie beplanten
zij / ze beplanten
Aanvoegende wijs — verleden
ik beplantte
jij / je beplantte
hij / zij / het beplantte
wij / we beplantten
jullie beplantten
zij / ze beplantten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beplant
jullie (archaïsch) beplant

Onbepaalde vormen

Infinitief
beplanten
Tegenwoordig deelwoord
beplantend
Voltooid deelwoord
beplant

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary