HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← benijden — definition

Conjugation of benijden

Regular CEFR C2
bəˈnɛi̯də(n)

wensen dat men zelf mocht hebben wat een ander heeft en met de nodige pijn ervaren dat dat niet het geval is, jaloers zijn Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik benijd
jij / je benijdt
hij / zij / het benijdt
wij / we benijden
jullie benijden
zij / ze benijden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik benijdde
jij / je benijdde
hij / zij / het benijdde
wij / we benijdden
jullie benijdden
zij / ze benijdden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik benijde
jij / je benijde
hij / zij / het benijde
wij / we benijden
jullie benijden
zij / ze benijden
Aanvoegende wijs — verleden
ik benijdde
jij / je benijdde
hij / zij / het benijdde
wij / we benijdden
jullie benijdden
zij / ze benijdden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij benijd
jullie (archaïsch) benijdt

Onbepaalde vormen

Infinitief
benijden
Tegenwoordig deelwoord
benijdend
Voltooid deelwoord
benijd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary