HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← benijpen — definition

Conjugation of benijpen

Regular CEFR B2
ˌbəˈnɛi̯.pə(n)

to distress, to frighten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik benijp
jij / je benijpt
hij / zij / het benijpt
wij / we benijpen
jullie benijpen
zij / ze benijpen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beneep
jij / je beneep
hij / zij / het beneep
wij / we benepen
jullie benepen
zij / ze benepen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik benijpe
jij / je benijpe
hij / zij / het benijpe
wij / we benijpen
jullie benijpen
zij / ze benijpen
Aanvoegende wijs — verleden
ik benepe
jij / je benepe
hij / zij / het benepe
wij / we benepen
jullie benepen
zij / ze benepen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij benijp
jullie (archaïsch) benijpt

Onbepaalde vormen

Infinitief
benijpen
Tegenwoordig deelwoord
benijpend
Voltooid deelwoord
benepen

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary