HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← benenen — definición

Conjugation of benenen

Regular CEFR B1
/bəˈneː.nə(n)/

to deny, to negate Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beneen
jij / je beneent
hij / zij / het beneent
wij / we benenen
jullie benenen
zij / ze benenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beneende
jij / je beneende
hij / zij / het beneende
wij / we beneenden
jullie beneenden
zij / ze beneenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik benene
jij / je benene
hij / zij / het benene
wij / we benenen
jullie benenen
zij / ze benenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beneende
jij / je beneende
hij / zij / het beneende
wij / we beneenden
jullie beneenden
zij / ze beneenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beneen
jullie (archaïsch) beneent

Onbepaalde vormen

Infinitief
benenen
Tegenwoordig deelwoord
benenend
Voltooid deelwoord
beneend

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary