HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← benadelen — definición

Conjugation of benadelen

Regular CEFR C2
/bəˈnaːdeːlə(n)/

iemand of iets nadeel toebrengen, iemand of iets schade toebrengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik benadeel
jij / je benadeelt
hij / zij / het benadeelt
wij / we benadelen
jullie benadelen
zij / ze benadelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik benadeelde
jij / je benadeelde
hij / zij / het benadeelde
wij / we benadeelden
jullie benadeelden
zij / ze benadeelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik benadele
jij / je benadele
hij / zij / het benadele
wij / we benadelen
jullie benadelen
zij / ze benadelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik benadeelde
jij / je benadeelde
hij / zij / het benadeelde
wij / we benadeelden
jullie benadeelden
zij / ze benadeelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij benadeel
jullie (archaïsch) benadeelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
benadelen
Tegenwoordig deelwoord
benadelend
Voltooid deelwoord
benadeeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary