HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← benaderen — definition

Conjugation of benaderen

Regular CEFR C1
bəˈnaːdərə(n)

geen exacte berekening maar een bepaling Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik benader
jij / je benadert
hij / zij / het benadert
wij / we benaderen
jullie benaderen
zij / ze benaderen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik benaderde
jij / je benaderde
hij / zij / het benaderde
wij / we benaderden
jullie benaderden
zij / ze benaderden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik benadere
jij / je benadere
hij / zij / het benadere
wij / we benaderen
jullie benaderen
zij / ze benaderen
Aanvoegende wijs — verleden
ik benaderde
jij / je benaderde
hij / zij / het benaderde
wij / we benaderden
jullie benaderden
zij / ze benaderden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij benader
jullie (archaïsch) benadert

Onbepaalde vormen

Infinitief
benaderen
Tegenwoordig deelwoord
benaderend
Voltooid deelwoord
benaderd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary