HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← belopen — definition

Conjugation of belopen

Regular CEFR B1
bəˈloː.pə(n)

een geschat bedrag hebben Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beloop
jij / je beloopt
hij / zij / het beloopt
wij / we belopen
jullie belopen
zij / ze belopen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beliep
jij / je beliep
hij / zij / het beliep
wij / we beliepen
jullie beliepen
zij / ze beliepen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik belope
jij / je belope
hij / zij / het belope
wij / we belopen
jullie belopen
zij / ze belopen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beliepe
jij / je beliepe
hij / zij / het beliepe
wij / we beliepen
jullie beliepen
zij / ze beliepen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beloop
jullie (archaïsch) beloopt

Onbepaalde vormen

Infinitief
belopen
Tegenwoordig deelwoord
belopend
Voltooid deelwoord
belopen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary