HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beloven — definition

Conjugation of beloven

Regular CEFR B1
bəˈloːvə(n)

toezeggen dat iets gedaan zal worden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beloof
jij / je belooft
hij / zij / het belooft
wij / we beloven
jullie beloven
zij / ze beloven
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beloofde
jij / je beloofde
hij / zij / het beloofde
wij / we beloofden
jullie beloofden
zij / ze beloofden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik belove
jij / je belove
hij / zij / het belove
wij / we beloven
jullie beloven
zij / ze beloven
Aanvoegende wijs — verleden
ik beloofde
jij / je beloofde
hij / zij / het beloofde
wij / we beloofden
jullie beloofden
zij / ze beloofden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beloof
jullie (archaïsch) belooft

Onbepaalde vormen

Infinitief
beloven
Tegenwoordig deelwoord
belovend
Voltooid deelwoord
beloofd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary