HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beleren — definition

Conjugation of beleren

Regular CEFR B1
bəˈleː.rə(n)

op een arrogante, beschuldigende wijze mensen vertellen wat ze fout doen en hoe ze zich zouden kunnen verbeteren; de les lezen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beleer
jij / je beleert
hij / zij / het beleert
wij / we beleren
jullie beleren
zij / ze beleren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beleerde
jij / je beleerde
hij / zij / het beleerde
wij / we beleerden
jullie beleerden
zij / ze beleerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik belere
jij / je belere
hij / zij / het belere
wij / we beleren
jullie beleren
zij / ze beleren
Aanvoegende wijs — verleden
ik beleerde
jij / je beleerde
hij / zij / het beleerde
wij / we beleerden
jullie beleerden
zij / ze beleerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beleer
jullie (archaïsch) beleert

Onbepaalde vormen

Infinitief
beleren
Tegenwoordig deelwoord
belerend
Voltooid deelwoord
beleerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary