HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← belenen — definition

Conjugation of belenen

Regular CEFR B1
bəˈleːnə(n)

in het leenstelsel (het feodale stelsel) werd door de leenheer iemand met een leen begiftigd Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beleen
jij / je beleent
hij / zij / het beleent
wij / we belenen
jullie belenen
zij / ze belenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beleende
jij / je beleende
hij / zij / het beleende
wij / we beleenden
jullie beleenden
zij / ze beleenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik belene
jij / je belene
hij / zij / het belene
wij / we belenen
jullie belenen
zij / ze belenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beleende
jij / je beleende
hij / zij / het beleende
wij / we beleenden
jullie beleenden
zij / ze beleenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beleen
jullie (archaïsch) beleent

Onbepaalde vormen

Infinitief
belenen
Tegenwoordig deelwoord
belenend
Voltooid deelwoord
beleend

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary