HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beleggen — definición

Conjugation of beleggen

Regular CEFR C2
/bəˈlɛɣə(n)/

het toevoegen van (boter en) beleg aan een snee brood, zodat deze een boterham wordt (bedekken door er iets op te leggen) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beleg
jij / je belegt
hij / zij / het belegt
wij / we beleggen
jullie beleggen
zij / ze beleggen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik belegde
jij / je belegde
hij / zij / het belegde
wij / we belegden
jullie belegden
zij / ze belegden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik belegge
jij / je belegge
hij / zij / het belegge
wij / we beleggen
jullie beleggen
zij / ze beleggen
Aanvoegende wijs — verleden
ik belegde
jij / je belegde
hij / zij / het belegde
wij / we belegden
jullie belegden
zij / ze belegden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beleg
jullie (archaïsch) belegt

Onbepaalde vormen

Infinitief
beleggen
Tegenwoordig deelwoord
beleggend
Voltooid deelwoord
belegd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary