HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← belemen — definition

Conjugation of belemen

Regular CEFR B1
bəˈleː.mə(n)

to cover with loam, to loam Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beleem
jij / je beleemt
hij / zij / het beleemt
wij / we belemen
jullie belemen
zij / ze belemen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beleemde
jij / je beleemde
hij / zij / het beleemde
wij / we beleemden
jullie beleemden
zij / ze beleemden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beleme
jij / je beleme
hij / zij / het beleme
wij / we belemen
jullie belemen
zij / ze belemen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beleemde
jij / je beleemde
hij / zij / het beleemde
wij / we beleemden
jullie beleemden
zij / ze beleemden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beleem
jullie (archaïsch) beleemt

Onbepaalde vormen

Infinitief
belemen
Tegenwoordig deelwoord
belemend
Voltooid deelwoord
beleemd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary