HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← belegeren — definition

Conjugation of belegeren

Regular CEFR C2
bəˈleːɣərə(n)

met een leger omsingeld houden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beleger
jij / je belegert
hij / zij / het belegert
wij / we belegeren
jullie belegeren
zij / ze belegeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik belegerde
jij / je belegerde
hij / zij / het belegerde
wij / we belegerden
jullie belegerden
zij / ze belegerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik belegere
jij / je belegere
hij / zij / het belegere
wij / we belegeren
jullie belegeren
zij / ze belegeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik belegerde
jij / je belegerde
hij / zij / het belegerde
wij / we belegerden
jullie belegerden
zij / ze belegerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beleger
jullie (archaïsch) belegert

Onbepaalde vormen

Infinitief
belegeren
Tegenwoordig deelwoord
belegerend
Voltooid deelwoord
belegerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary