HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beledigen — definition

Conjugation of beledigen

Regular CEFR B2
bəˈleːdəɣə(n)

opmerkingen maken tegen of over een persoon die dat niet leuk vindt Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beledig
jij / je beledigt
hij / zij / het beledigt
wij / we beledigen
jullie beledigen
zij / ze beledigen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beledigde
jij / je beledigde
hij / zij / het beledigde
wij / we beledigden
jullie beledigden
zij / ze beledigden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beledige
jij / je beledige
hij / zij / het beledige
wij / we beledigen
jullie beledigen
zij / ze beledigen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beledigde
jij / je beledigde
hij / zij / het beledigde
wij / we beledigden
jullie beledigden
zij / ze beledigden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beledig
jullie (archaïsch) beledigt

Onbepaalde vormen

Infinitief
beledigen
Tegenwoordig deelwoord
beledigend
Voltooid deelwoord
beledigd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary