HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beleedigen — definición

Conjugation of beleedigen

Regular CEFR B2

obsolete spelling of beledigen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beleedig
jij / je beleedigt
hij / zij / het beleedigt
wij / we beleedigen
jullie beleedigen
zij / ze beleedigen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beleedigde
jij / je beleedigde
hij / zij / het beleedigde
wij / we beleedigden
jullie beleedigden
zij / ze beleedigden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beleedige
jij / je beleedige
hij / zij / het beleedige
wij / we beleedigen
jullie beleedigen
zij / ze beleedigen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beleedigde
jij / je beleedigde
hij / zij / het beleedigde
wij / we beleedigden
jullie beleedigden
zij / ze beleedigden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beleedig
jullie (archaïsch) beleedigt

Onbepaalde vormen

Infinitief
beleedigen
Tegenwoordig deelwoord
beleedigend
Voltooid deelwoord
beleedigd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary