HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beladen — definition

Conjugation of beladen

Regular CEFR C2
bəˈlaː.də(n)

een lading aanbrengen op een lastdier of een voer- of vaartuig Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik belaad
jij / je belaadt
hij / zij / het belaadt
wij / we beladen
jullie beladen
zij / ze beladen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik belaadde
jij / je belaadde
hij / zij / het belaadde
wij / we belaadden
jullie belaadden
zij / ze belaadden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik belade
jij / je belade
hij / zij / het belade
wij / we beladen
jullie beladen
zij / ze beladen
Aanvoegende wijs — verleden
ik belaadde
jij / je belaadde
hij / zij / het belaadde
wij / we belaadden
jullie belaadden
zij / ze belaadden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij belaad
jullie (archaïsch) belaadt

Onbepaalde vormen

Infinitief
beladen
Tegenwoordig deelwoord
beladend
Voltooid deelwoord
beladen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary