HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← belakken — definition

Conjugation of belakken

Regular CEFR B2
bəˈlɑ.kə(n)

to slander, to tar the reputation of Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik belak
jij / je belakt
hij / zij / het belakt
wij / we belakken
jullie belakken
zij / ze belakken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik belakte
jij / je belakte
hij / zij / het belakte
wij / we belakten
jullie belakten
zij / ze belakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik belakke
jij / je belakke
hij / zij / het belakke
wij / we belakken
jullie belakken
zij / ze belakken
Aanvoegende wijs — verleden
ik belakte
jij / je belakte
hij / zij / het belakte
wij / we belakten
jullie belakten
zij / ze belakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij belak
jullie (archaïsch) belakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
belakken
Tegenwoordig deelwoord
belakkend
Voltooid deelwoord
belakt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary