HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beklauteren — definición

Conjugation of beklauteren

Regular CEFR C1
/bəˈklɑu̯.tə.rə(n)/

beklimmen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beklauter
jij / je beklautert
hij / zij / het beklautert
wij / we beklauteren
jullie beklauteren
zij / ze beklauteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beklauterde
jij / je beklauterde
hij / zij / het beklauterde
wij / we beklauterden
jullie beklauterden
zij / ze beklauterden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beklautere
jij / je beklautere
hij / zij / het beklautere
wij / we beklauteren
jullie beklauteren
zij / ze beklauteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik beklauterde
jij / je beklauterde
hij / zij / het beklauterde
wij / we beklauterden
jullie beklauterden
zij / ze beklauterden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beklauter
jullie (archaïsch) beklautert

Onbepaalde vormen

Infinitief
beklauteren
Tegenwoordig deelwoord
beklauterend
Voltooid deelwoord
beklauterd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary