HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bekleden — definición

Conjugation of bekleden

Regular CEFR C2
/bəˈkleːdə(n)/

een ambt vervullen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bekleed
jij / je bekleedt
hij / zij / het bekleedt
wij / we bekleden
jullie bekleden
zij / ze bekleden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bekleedde
jij / je bekleedde
hij / zij / het bekleedde
wij / we bekleedden
jullie bekleedden
zij / ze bekleedden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beklede
jij / je beklede
hij / zij / het beklede
wij / we bekleden
jullie bekleden
zij / ze bekleden
Aanvoegende wijs — verleden
ik bekleedde
jij / je bekleedde
hij / zij / het bekleedde
wij / we bekleedden
jullie bekleedden
zij / ze bekleedden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bekleed
jullie (archaïsch) bekleedt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bekleden
Tegenwoordig deelwoord
bekledend
Voltooid deelwoord
bekleed

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary