HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beangsten — definición

Conjugation of beangsten

Regular CEFR B2
/ˌbəˈɑŋ.stə(n)/

beangstigen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beangst
jij / je beangst
hij / zij / het beangst
wij / we beangsten
jullie beangsten
zij / ze beangsten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beangstte
jij / je beangstte
hij / zij / het beangstte
wij / we beangstten
jullie beangstten
zij / ze beangstten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beangste
jij / je beangste
hij / zij / het beangste
wij / we beangsten
jullie beangsten
zij / ze beangsten
Aanvoegende wijs — verleden
ik beangstte
jij / je beangstte
hij / zij / het beangstte
wij / we beangstten
jullie beangstten
zij / ze beangstten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beangst
jullie (archaïsch) beangst

Onbepaalde vormen

Infinitief
beangsten
Tegenwoordig deelwoord
beangstend
Voltooid deelwoord
beangst

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary