HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beangstigen — definition

Conjugation of beangstigen

Regular CEFR C1
bəˈɑŋstəɣə(n)

vrees inboezemen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beangstig
jij / je beangstigt
hij / zij / het beangstigt
wij / we beangstigen
jullie beangstigen
zij / ze beangstigen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beangstigde
jij / je beangstigde
hij / zij / het beangstigde
wij / we beangstigden
jullie beangstigden
zij / ze beangstigden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beangstige
jij / je beangstige
hij / zij / het beangstige
wij / we beangstigen
jullie beangstigen
zij / ze beangstigen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beangstigde
jij / je beangstigde
hij / zij / het beangstigde
wij / we beangstigden
jullie beangstigden
zij / ze beangstigden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beangstig
jullie (archaïsch) beangstigt

Onbepaalde vormen

Infinitief
beangstigen
Tegenwoordig deelwoord
beangstigend
Voltooid deelwoord
beangstigd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary