HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beamenen — definition

Conjugation of beamenen

Regular CEFR B2
bəˈaːmənə(n)

to say, reply 'amen' after an uttering, notably in prayer or liturgy (especially in a responsory) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beamen
jij / je beament
hij / zij / het beament
wij / we beamenen
jullie beamenen
zij / ze beamenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beamende
jij / je beamende
hij / zij / het beamende
wij / we beamenden
jullie beamenden
zij / ze beamenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beamene
jij / je beamene
hij / zij / het beamene
wij / we beamenen
jullie beamenen
zij / ze beamenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beamende
jij / je beamende
hij / zij / het beamende
wij / we beamenden
jullie beamenden
zij / ze beamenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beamen
jullie (archaïsch) beament

Onbepaalde vormen

Infinitief
beamenen
Tegenwoordig deelwoord
beamenend
Voltooid deelwoord
beamend

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary