HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beamen — definición

Conjugation of beamen

Regular CEFR C2
/bəˈaːmə(n)/

bevestigen dat men het eens is met iets, instemmen met Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik beaam
jij / je beaamt
hij / zij / het beaamt
wij / we beamen
jullie beamen
zij / ze beamen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik beaamde
jij / je beaamde
hij / zij / het beaamde
wij / we beaamden
jullie beaamden
zij / ze beaamden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beame
jij / je beame
hij / zij / het beame
wij / we beamen
jullie beamen
zij / ze beamen
Aanvoegende wijs — verleden
ik beaamde
jij / je beaamde
hij / zij / het beaamde
wij / we beaamden
jullie beaamden
zij / ze beaamden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij beaam
jullie (archaïsch) beaamt

Onbepaalde vormen

Infinitief
beamen
Tegenwoordig deelwoord
beamend
Voltooid deelwoord
beaamd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary