HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bazelen — definition

Conjugation of bazelen

Regular CEFR C2
ˈbaːzələ(n)

onsamenhangend en onbegrijpelijk praten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bazel
jij / je bazelt
hij / zij / het bazelt
wij / we bazelen
jullie bazelen
zij / ze bazelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bazelde
jij / je bazelde
hij / zij / het bazelde
wij / we bazelden
jullie bazelden
zij / ze bazelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bazele
jij / je bazele
hij / zij / het bazele
wij / we bazelen
jullie bazelen
zij / ze bazelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik bazelde
jij / je bazelde
hij / zij / het bazelde
wij / we bazelden
jullie bazelden
zij / ze bazelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bazel
jullie (archaïsch) bazelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bazelen
Tegenwoordig deelwoord
bazelend
Voltooid deelwoord
gebazeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary