HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← barfen — definición

Conjugation of barfen

Regular CEFR B1
/ˈbɑrfə(n)/

to vomit, to barf Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik barf
jij / je barft
hij / zij / het barft
wij / we barfen
jullie barfen
zij / ze barfen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik barfte
jij / je barfte
hij / zij / het barfte
wij / we barften
jullie barften
zij / ze barften

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik barfe
jij / je barfe
hij / zij / het barfe
wij / we barfen
jullie barfen
zij / ze barfen
Aanvoegende wijs — verleden
ik barfte
jij / je barfte
hij / zij / het barfte
wij / we barften
jullie barften
zij / ze barften

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij barf
jullie (archaïsch) barft

Onbepaalde vormen

Infinitief
barfen
Tegenwoordig deelwoord
barfend
Voltooid deelwoord
gebarft

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary